-
Tentoonstellingen
-
Peter de Grote
-
Verwacht
-
Archief
-
Het Van Gogh Museum in de Hermitage Amsterdam
-
Impressionisme: sensatie & inspiratie
-
Rubens, Van Dyck & Jordaens
-
Glans en glorie
-
De onsterfelijke Alexander de Grote
- Inleiding
- Achtergrond van de tentoonstelling
- Hoogtepunten van de tentoonstelling
- Het leven van Alexander de Grote
- De reis van Alexander de Grote
- Photos by Erwin Olaf
- Morphing Alexander by Erwin Olaf
- Citaten over Alexander de Grote
- Podcast: De Onsterfelijke Alexander de Grote
- De opbouw van de tentoonstelling
- De tentoonstelling
- Filmprogramma
- Verwante literatuur
- Links
- Allard Pierson Museum
- Lucia Ganieva’s Ermitazhniki
- Recensies
-
Matisse tot Malevich
- Inleiding
- Hoogtepunten van de tentoonstelling
- Achtergrond door Henk van Os
- Sergej Sjtsjoekin en anderen
-
Biografieën kunstenaars
- Auguste Chabaud
- Andr� Derain
- Kees van Dongen
- Georges Dufrenoy
- Raoul Dufy
- Henri Le Fauconnier
- Othon Friesz
- Charles Gu�rin
- Alexej von Jawlensky
- Wassily Kandinsky
- Marie Laurencin
- Kazimir Malevich
- Henri Manguin
- Albert Marquet
- Henri Matisse
- Am�d�e Ozenfant
- Pablo Picasso
- Jean Puy
- Georges Rouault
- Chaim Soutine
- Maurice Utrillo
- Louis Valtat
- Maurice de Vlaminck
- Terminologie
- De Russische literatuur rond 1900
- Foto's van de tentoonstelling
- Publicaties
- Verwante literatuur
- Filmprogramma
- Links
- Matisse tot Malevich & de pers
-
Archief
- Recensies
- Aan het Russische hof
- Caspar David Friedrich
- St.-Petersburg in beeld
- Art Nouveau
- Perzië
- Verzamelaars in St.-Petersburg
- Het zilveren wonder
- Pelgrimschatten
- Venezia!
- Nicolaas & Alexandra
- Grieks goud
-
-
-
Toegangskaarten kopen
-
Activiteiten
Instaprondleidingen
Mei
Juni
Juli
Augustus
Hermitage voor familie
Cursusaanbod
Studiecentrum
Language no problem
-
Archief
-
2013
-
2012
-
2011
-
2010
-
2009
-
Hermitage St.-Petersburg
-
St.-Petersburg & Rusland
-
Hermitage Amsterdam en Amstelhof
-
Hermitage voor Kinderen
Acties en arrangementen
Zaalverhuur
Hermitage Reizen
Filmarchief
Vertel uw verhaal
Colofon
Veelgestelde vragen
Hermitage Amsterdam
Geschiedenis van het gebouw
De rijke koopman Barent Helleman overleed op 18 oktober 1680 en had de Diaconie tot zijn enige erfgenaam benoemd. Hij liet zo’n 90.000 gulden na. De Diaconie besloot om daarmee een huis voor ‘oude besjes’ op te richten. Tot die tijd werden hulpbehoevende vrouwen opgevangen door particulieren: duur en inefficiënt. De stad schonk een stuk grond en de bouw kon beginnen. Waarschijnlijk tekende stadsbouwmeester Hans Jansz. van Petersom voor het ontwerp.
Amstelhof was 16 maanden later klaar. Het tehuis bood onderdak aan 400 vrouwen. Dames die hiervoor in aanmerking wilden komen moesten boven de 50 jaar zijn, minstens 10 jaar lid van de kerk en 15 jaar inwoonster van de stad.
Architectuur
Karakteristiek voor het gebouw is de classicistische voorgevel aan de Amstel met een lengte van 102 meter, in 1683 de langste gevel in de stad. Het pand heeft mooie proporties, is eenvoudig van ontwerp en symmetrisch van opbouw. De centraal gelegen monumentale ingang is een schijndeur. De burgemeesters vonden een deur met stoep noodzakelijk voor een gebouw met allure. Direct achter de deur ligt echter de kerkzaal, die niet kon dienen als entreeruimte.
Boven deze deur staat nog steeds het originele opschrift: Diaconie Oude Vrouwen Huys anno 1681.
De naam Amstelhof kreeg het tehuis pas in 1953.
Plattegrond
Het tehuis heeft een symmetrische plattegrond met een grote binnenplaats. Rondom twee binnenhoven liggen de zijvleugels met kamers voor de dames: de chambrettes.
Aan de voorzijde ligt de grote eetzaal, die ook werd gebruikt voor kerkdiensten. Op de hoeken aan de Amstelzijde bevinden zich de regenten- en de regentessenkamer, waar het bestuur van het tehuis zetelde.
Ossenpoort
Onder de grote schijndeur aan de Amstelzijde ligt de Ossenpoort. Dit was de ingang voor de leveranciers. Door deze deur kwam vroeger de etenswaar naar binnen, in potten en vaten, maar ook levend. Beesten – waaronder ossen – liepen de binnenplaats op om vervolgens daar geslacht te worden.
Nu betreden de bezoekers door deze deur de Hermitage Amsterdam.
Kerkzaal
De kerkzaal was de voornaamste ruimte in het tehuis. Hier vonden de kerkdiensten plaats en werden de maaltijden gebruikt. Driemaal daags konden de vrouwen hier eten aan lange tafels, op afgemeten zitplaatsen.
Tot in de twintigste eeuw was de zaal bovendien, na de Burgerzaal van het Stadhuis op de Dam, de grootste zaal in de stad. Daarom werden hier flink wat officiële feesten gegeven en hoogwaardigheidsbekleders ontvangen. Leden van het Koninklijk Huis deden Amstelhof aan en Sir Winston Churchill gebruikte hier de lunch in 1946.
Chambrettes
De meeste vrouwen deelden een vierpersoonskamer, de ‘chambrette’. In het reglement uit 1681 staat dat iedereen tevreden moest zijn met de kamer die is toegewezen, en dat deze ‘rein en puntig’ moet blijven.
Aan het begin van de achttiende eeuw werd er een aparte zaal gebouwd, bestemd voor zieke vrouwen.
Mannen
Vanaf 1817 verbleven er ook hulpbehoevende mannen in het tehuis. Er werd toen een nieuwe mannenvleugel gebouwd en de naam van de instelling werd gewijzigd in Diaconie Oude Vrouwen en Mannen Huys.
Keuken
De keuken naast de eetzaal bleek meteen na de oplevering van het tehuis al te klein. Maar pas rond 1725 verhuisde deze naar een ontruimde kelder. De kelderkeuken bleef tot 1862 in gebruik. Dagelijks werd hier voor honderden mensen gekookt in de grote, met bakstenen omhulde ketels. Om te kunnen roeren had de kok houten trapjes nodig!
Nu is de keuken weer gerestaureerd en wanen de bezoekers zich weer even in de achttiende eeuw.
Regentessenkamer
Aan weerszijden van het gebouw lagen op de hoeken aan de Amstel de regentenkamers. Van hieruit werd het tehuis bestuurd. Regenten en regentessen waren verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur en traden namens de diaconie op.
Verbouwingen
In de loop der eeuwen is er veel verbouwd in en om Amstelhof. Toen het huis dat alleen voor vrouwen bestemd was, ook werd bevolkt door mannen, moesten er dus zalen bij komen. Later werd er bijgebouwd voor echtparen.
Zieken en zwakken kregen eigen ruimtes. Technische aanpassingen vonden hun weg naar Amstelhof, zoals de centrale verwarming in 1860. Steeds weer werd gesloopt en vernieuwd. In de jaren twintig van de vorige eeuw gingen er stemmen op om elders opnieuw te beginnen. Dat ging niet door.
Jaren later volgde er een grootscheepse verbouwing, tussen 1970 en 1979. Toen werd Amstelhof verbouwd tot een modern verpleeghuis. De binnenhoven werden van onder tot boven volgebouwd, die ruimte was hard nodig. De grote binnenplaats bleef onbebouwd.
De achtervleugel werd gesloopt – inclusief alle aanbouwen – om er de nieuwe hoofdtoegang te bouwen. Op de plek waar zich de ziekenzalen en de ‘zwakkenkelder’ hadden bevonden, kwam nu de ingang van het moderne tehuis.