Expeditie Zijderoute

Schatten uit de Hermitage

1 maart - 5 september 2014

De ontdekkingen

Toen in 1877 de Duitse geograaf Ferdinand von Richthofen de term ‘Grote zijderoute’ introduceerde voor de betrekkingen tussen het Verre Oosten en het Westen die via Centraal-Azië verliepen, werd het de wereld duidelijk dat in deze onbekend geraakte gebieden onder het zand verdwenen culturen te vinden konden zijn. Het was de tijd van de grote ontdekkingen. Aan het eind van de negentiende eeuw kwam Centraal-Azië in beeld bij archeologen. De eerste expedities werden georganiseerd, waarbij Rusland, Groot-Brittannië, Duitsland en Japan wedijverden om de beste vondsten. Er werden verdwenen steden en kloosters blootgelegd en grotten ontdekt in Mongolië, Noordwest-China en Centraal-Azië. Op onwaarschijnlijke plaatsen legden zij schatten bloot, daterend van ver voor Christus tot in de middeleeuwen. Schilderingen van boeddha’s werden gevonden, sporen van christelijke en joodse kunst, zijde, zilver, goud, muurschilderingen, beelden en sieraden, van hoge artistieke kwaliteit en getuigend van wonderlijke, zeer uiteenlopende culturen en religies. Verloren steden en rijken kregen een naam: Sogdië, Chorasmië, Parthië, Khara-Khoto. De Zijderoute werd ontdekt: een sprookjesachtige wereld waarin vele schatten van voor onze jaartelling tot in middeleeuwen getuigen van een ongekende uitwisseling.

Ruim 17 eeuwen het grootste handelsnetwerk ter wereld

Als beginperiode van de handelsroute wordt de tweede eeuw v.Chr. gezien. China had in die periode veel te duchten van een nomadisch volk, de Xiongnu, dat regelmatig invallen deed en waartegen de Chinese muur werd opgericht. Op zoek naar bondgenoten in de strijd zond de Chinese keizer Han Wudi eind tweede eeuw v.Chr. een gezantschap onder leiding van Zhang Qian westwaarts. In zijn verslagen gaf deze een beschrijving van alle streken, koninkrijken en stadstaten die hij aandeed. Met deze kennismaking ontstonden de eerste handelscontacten en gaandeweg raakten de Chinese producten zoals zijde, bekend tot in Rome. Zo ontstond het netwerk van handelswegen van China tot aan de Middellandse Zee over een afstand van 7000 kilometer. Het liep noordelijk of zuidelijk om de onherbergzame, goeddeels lege Taklamakan-woestijn, door de vrijwel onbegaanbare hooggebergtes van Pamir en Tiensjan naar de vruchtbare gebieden rond de rivieren Oxus en Jaxartes (nu genaamd Amu-Darja en Syr-Darja). Vandaar ging het zuidelijk door naar Perzië of noordelijk om de Kaspische Zee en door de Kaukasus naar Klein-Azië.

Kruispunt van beschavingen

Door zijn ligging bevond Centraal-Azië zich op het kruispunt van een aantal grote beschavingen van de oudheid en de middeleeuwen: India, Perzië, China en het Romeinse Rijk. In het noorden grensde het gebied aan door nomaden bevolkte steppes. De oases en koninkrijken in dit enorme gebied speelden een belangrijke rol als welkome tussenstop en marktplaats. De Zijderoute betrof niet één vaste route en ging over veel meer dan alleen zijde. Het was een netwerk van handelswegen, ontstaan vanuit China in westelijke richting. Het gebied waaraan de tentoonstelling is gewijd, wordt meestal aangeduid met de term Centraal-Azië. Wij verstaan hieronder het noordwestelijke deel van China en de Centraal-Aziatische ‘stans’: Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan, Kirgizstan, zuidelijk Kazachstan en noordelijk Afghanistan.

Duizend kamelen

Zijde was een van de eerste producten die werden verhandeld en was zeer gewild. Het was zelfs een tijd een officieel betaalmiddel op de Zijderoute. Maar de handel draaide om veel meer. Karavanen van paarden, ossen, ezels en soms wel duizend kamelen trokken door het gebied, van oost naar west, van noord naar zuid, en weer terug. Ze doorstonden extreme klimaatomstandigheden en reisden vooral naar de meest nabije handelspost en weer terug. Behalve zijde kwamen uit het oosten (China) ook lakwerk, keramiek en porselein. Vanuit het westen (Middellandse Zeegebied) werden glas, wol en linnen (vaak wandtapijten) verhandeld. Uit noordelijke vertakkingen (Siberië) kwamen bont en pelsdieren, uit het zuiden (India) werden topaas, smaragd, jade, parfums, henna en exotische dieren aangevoerd. In Centraal-Azië zelf, halverwege de Zijderoute in het tegenwoordige Oezbekistan en Tadzjikistan, lag Sogdië. Dat was een belangrijke draaischijf in de handel en leverde zelf zilver. In alle streken werden papier, leer en chemicaliën verhandeld, zoals ammoniumchloride, dat gebruikt werd voor het polijsten van metaal en het behandelen van leer.

Verspreiding van het boeddhisme

Langs de handelsroutes vond een ongekende uitwisseling plaats van goederen en ideeën. Dat blijkt uit de prachtige muurschilderingen die op veel plaatsen langs de routes zijn aangetroffen. Vaak werden op één vindplaats muurschilderingen in uiteenlopende stijlen gevonden. Het boeddhisme was zo’n fenomeen dat zich via deze routes verspreidde, door monniken vanuit India via Gandhara, nu Zuid-Afghanistan/Noord-Pakistan) richting China. De eerste uitwisseling vond aldus plaats na terugkeer van pelgrims naar de geboortestreek van Siddharta Gautama (Boeddha Sakyamuni). De weg die Boeddha predikte wordt verondersteld naar verlichting (bodhi) te leiden, naar bevrijding van het lijden in de eindeloze kringloop van geboorte en dood (samsara) en het zien van de werkelijkheid. Veel afbeeldingen zijn gevonden van Boeddha’s, maar ook van zogenaamde bodhisattva’s, mensen die uit mededogen anderen helpen tot verlossing te komen en daardoor hun eigen verlossing uitstellen. Niet alleen Boeddha, maar ieder mens kan de staat van Verlichting bereiken.

Een groot aantal geloofsovertuigingen verspreidde zich langs de routes. Eeuwen later trok de islam naar het oosten en verving op veel plaatsen het boeddhisme. Dat ging via dezelfde wegen die de handelaars van de Zijderoute volgden. Ook het christendom en het jodendom kwamen zo in Centraal-Azië terecht. Daarvan getuigen bijvoorbeeld een wierookbrander met christelijke iconografie, of de ring met de afbeelding van Daniël in de leeuwenkuil. Ook van het zoroastrisme, de religie van vuuraanbidders en gesticht door de prediker Zarathustra, is veel teruggevonden, zoals beelden van een simurgh (een populair wezen met het lichaam van een vogel en de kop van een hond). Talen en schriften verspreidden zich ook via de Zijderoute: de Turkse talen stammen oorspronkelijk uit Mongolië, de Indo-Europese oorspronkelijk uit Noord-India. In Centraal-Aziatische gebieden als Bactrië sprak men Indo-Europese talen, evenals de nomaden meer naar het noorden.

Muurschilderingen en zilver

De ruim 250 kostbaarheden in de tentoonstelling komen uit de bloeiperiodes van de verschillende plaatsen langs de Zijderoute. De vele schilderingen die opgegraven zijn, vertellen bij uitstek de verhalen van de Zijderoute. Zoals de boeddhistische zijdeschilderingen uit Dunhuang in West-China en Khara-Khoto in Binnen-Mongolië, of de meer seculiere monumentale muurschilderingen uit Sogdië. Dat koninkrijk produceerde verfijnd zilver dat zeer gewild was. Sogdische kooplieden vestigden zich op verschillende plekken langs de Zijderoute en domineerden de handel. Ze leidden een luxe leven waar tijdens banketten rijke zijden kleding gedragen werd en prachtig gedecoreerd vaatwerk gebruikt. Hiervan getuigt een prachtige muurschildering van een banket. Het betere leven stimuleerde de ontwikkeling van toegepaste kunst op zeer hoog niveau.

Sogdische koningen bouwden paleizen waarvan de pracht door archeologen is blootgelegd. Tot de vele pronkstukken van de tentoonstelling behoort de negen meter lange muurschildering uit de Rode Zaal van het paleis van de koningen van Boechara in Varakhsha. Deze 1300 jaar oude schildering verbeeldt het gevecht van een godheid met roofdieren. Speciaal voor de tentoonstelling is het kwetsbare werk gerestaureerd, mede met ondersteuning van de Vrienden van de Hermitage Nederland en dankzij crowdfunding onder individuele Vrienden.

Het geheim van zijde lekt uit

Lange tijd was China het enige land dat zijde exporteerde. De productie ervan bleef een Chinees geheim. Tot in de vijfde eeuw het geheim uitlekte. Volgens een legende werd een Chinese prinses uitgehuwelijkt aan de vorst van Khotan, waar zijdeproductie niet bestond. Zij wist de eitjes van de zijdevlinder en zaden van de moerbeiboom – het voedsel van de vlinder en rups – mee te smokkelen door ze te verstoppen in haar kapsel. Zo werd het procedé buiten China bekend en geraakte na een lange weg in het Westen, dat toen ook zijde kon gaan maken. In een andere legende hebben twee christelijke monniken rond 550 eitjes van de zijdevlinder meegebracht naar Byzantium door ze te verbergen in hun holle staf.

Het einde van de Zijderoute

De Zijderoute had na de verovering van Centraal-Azië door de Mongolen onder Dzjengis Khan een laatste bloeiperiode onder een groot gecentraliseerd rijk. Toen in de veertiende eeuw het Mongoolse Rijk begon af te brokkelen, nam de handel af. In de vijftiende eeuw stopte de Chinese Ming-dynastie met het exporteren van zijde en in 1488 ontdekte de Portugees Bartholomeus Diaz de vaarroute om Kaap de Goede Hoop, waardoor ook de andere handel naar de zeeroutes verschoof. Zeehandelsorganisaties zoals de VOC kwamen op en de Zijderoute verloor zijn betekenis. De islam beheerste toen de cultuur op de Zijderoute; de moskeeën en mausolea met de karakteristieke blauwe koepels en gevels zijn voor velen een van de belangrijkste associaties met de Zijderoute.

De expedities en de collectie

Pas aan het eind van de negentiende eeuw werden de gebieden op de Zijderoute herontdekt. Rusland, Groot-Brittannië, Duitsland en Japan organiseerden de eerste expedities en wedijverden om de beste vondsten. De Russische expedities kregen na 1905 echt momentum onder leiding van onder anderen Sergej Oldenburg en Pjotr Kozlov. Tientallen expedities van Russische archeologen en hun teams trokken naar Mongolië, West-China en de Centraal-Aziatische republieken. Op talrijke vindplaatsen legden zij schatten bloot van ver voor Christus tot in de middeleeuwen. Veel van de vondsten zijn destijds terechtgekomen in de Hermitage in Leningrad (nu St.-Petersburg), waar zij representatief waren als antieke schatten uit de veelvolkenstaat Sovjeunie. Tot op de dag van vandaag onderneemt de Hermitage opgravingsprojecten in Centraal-Azië, in het bijzonder in de Sogdische stad Panjakent in Tadzjikistan. Wetenschappelijke kennis en jarenlange ervaring worden ingezet bij de opgravingen. Hieraan draagt onder anderen Pavel Lurje van de Oosterse Afdeling van de Hermitage bij. Hij en zijn collega Kira Samosyujoek zijn de commissars van deze tentoonstelling. De huidige vondsten blijven overigens in de musea van het herkomstland.

Voor de samenstelling van de tentoonstelling is geput uit de grote collectie van de Oosterse Afdeling. Dertien opgravingssites zijn uitgangspunt geweest voor de tentoonstelling. Ze geven de diversiteit en culturele beïnvloeding langs de Zijderoute beeldend weer.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 25 december 2014 en 27 april 2015

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900 HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.