De Dans

Henri Matisse, De dans (Danse), 1910 © Succession Henri Matisse c/o Pictoright Amsterdam 2010

De komst van De dans van Henri Matisse is mogelijk gemaakt door:
De dans is naar Nederland gebracht door:

Toen het grote paneel De dans honderd jaar geleden voor het eerst werd tentoongesteld op de Salon d’Automne van 1910 in Parijs, werd het met hoongelach ontvangen. Later zou het echter een vaste plaats verwerven in de mondiale cultuurgeschiedenis. Tegenwoordig geldt het doek als een van de belangrijkste werken van niet alleen Matisse zelf, maar de hele schilderkunst van de twintigste eeuw. Toen het schilderij in de collectie van de Hermitage terechtkwam, werd het al spoedig een visitekaartje van het wereldberoemde museum. Alleen al daarom is het zelden buiten St.-Petersburg te zien. Op verzoek van zusterinstelling Hermitage Amsterdam heeft de Hermitage echter toegestemd het paneel tijdelijk (van 1 april t/m 9 mei 2010) uit te lenen voor de tentoonstelling Matisse tot Malevich die nu in Amstelhof plaatsvindt.

Het thema van de dans heeft Matisse zijn hele leven lang aangetrokken. Het idee van een compositie met een rondedans kreeg gedurende enkele jaren steeds vastere vormen, om uit te monden in het belangrijkste schilderij van het vroege fauvisme, Levensvreugde (1905-1906,

Barnes Foundation, Merion, PA.), met een rondwervelende reidans op de achtergrond. Het motief van een reidans van ontklede vrouwen, gewoonlijk in verband gebracht met de symboliek van de Gouden Eeuw, werd al lang vóór Matisse toegepast door oude meesters zoals Lucas Cranach de Oudere. Ongeveer op de grens van de negentiende en de twintigste eeuw werd het opnieuw populair. Matisse kende uiteraard de verschillende ontwerpen met dansscènes van de art nouveau.

Als student van Gustave Moreau aan de École des Beaux- Arts heeft hij vermoedelijk uitgebreid met zijn studiegenoten gesproken over het grote schilderij van Paul Signac In tijden van harmonie. De Gouden Eeuw ligt niet in het verleden, maar in de toekomst (1893-1895, Stadhuis van Montreuil). Hij kende ook het symbolistische prototype van Levensvreugde, het reusachtige doek Sereniteit van Henri Martin (1899, Musée d’Orsay, Parijs). Dat was overgebracht naar het Musée du Luxembourg en geëxposeerd op de Wereldtentoonstelling van 1900. Dit werk toont op de achtergrond een kring van dansende vrouwen, in gewaden gehuld. Dat was ook de wens geweest van Sergej Sjtsjoekin voor De dans, die hij bij Matisse had besteld. Hij voelde noodzaak rekening te houden met de moraal in het Moskou van begin twintigste eeuw. Sjtsjoekin had het zelfs aan Matisse geschreven, maar respecteerde de artistieke vrijheid van de kunstenaar te zeer om lang aan te dringen.

In 1907 maakte Matisse het reliëf van houtsnijwerk De dans (Musée Matisse, Nice), met extatisch dansende nimfen. Ongeveer gelijktijdig verscheen het motief ook op zijn beschilderde vazen. Begin 1909, toen Matisse werkte aan de eerste versie van De dans (Museum of Modern Art, New York), bestelde Sjtsjoekin – die het schilderij ongetwijfeld had gezien – voor het trapportaal van zijn Moskouse villa een paneel van dezelfde afmetingen, maar veel dynamischer. De kunstenaar stuurde hem een schets van De dans. Ook bestaan er nog twee tekeningen van de compositie, in respectievelijk potlood (Museum of Modern Art, New York) en houtskool (Musée de Grenoble).

Midden maart schreef Sjtsjoekin aan Matisse dat hij diens brieven ‘met schetsen van de grote schilderijen’ had ontvangen. De kunstenaar speelde zelf met het idee voor een decoratief ensemble voor het trappenhuis van een gebouw met drie verdiepingen. Het eerste paneel zou de bezoeker bij binnenkomst begroeten en uitnodigen naar boven te gaan. Die rol was voor De dans. Op de volgende verdiepingen moesten dan scènes komen die het musiceren en de ontspanning uitbeeldden. Sjtsjoekin had voor zijn villa met twee verdiepingen echter geen drie panelen nodig. Omdat Matisse zijn aanvankelijke opzet moest beperken, stuurde hij zijn opdrachtgever twee aquarelschetsen, Compositie I en Compositie II (Poesjkin Museum, Moskou). Compositie II zou dan als aanvulling op De dans een tafereel van ontspanning uitbeelden, een idee dat later is gerealiseerd in Meisjes bij de rivier (ca. 1916-1917, Art Institute of Chicago). Duidelijk is dat Matisse en Sjtsjoekin bij de bestelling van De dans in 1909 over alle drie onderwerpen hebben gesproken, maar Sjtsjoekin er uiteindelijk slechts twee wilde hebben.

Op 31 maart 1909 schreef Sjtsjoekin aan Matisse: ‘Ik vind in uw schilderij De dans zoveel noblesse dat ik heb besloten onze burgerlijke opvattingen te trotseren en bij mij thuis in het trapportaal een onderwerp met naakten op te hangen. Daarnaast heb ik een tweede schilderijnodig, dat de muziek tot onderwerp zou kunnen hebben […] In mijn huis wordt veel gemusiceerd. Elke winter worden er ongeveer tien klassieke concerten uitgevoerd (Bach, Beethoven, Mozart). Een paneel De muziek moet enigszins toespelen op de aard van het huis.’ De muziek moest tegelijk De dans aanvullen en een tegenwicht ervoor bieden. Daarom is het net zo statisch als het eerste paneel dynamisch is. In De muziek is het mannelijke beginsel belichaamd, waar in De dans het vrouwelijke zegevierde. Het thema van dit ensemble is te formuleren als de verhouding van de mens tot het leven via de kunst. Uiteraard beperkte Matisses aandacht tijdens het werken aan beide panelen zich niet tot decoratie.

Henri Matisse, De muziek, 1910 © Succession H. Matisse c/o Pictoright Amsterdam 2010

Volgens Hans Purmann, die de totstandkoming van de versie van De dans van het Museum of Modern Art in New York meemaakte, werd het paneel uitzonderlijk snel geschilderd, in één of twee dagen. Anders dan voor De muziek, waaraan Matisse ongeveer een jaar werkte, was voor De dans van Sjtsjoekin ook weinig tijd nodig.

De dans was de krachtigste en meest afgeronde uiting van de hele Franse fauvistische schilderkunst. Het kwam voort uit een lange traditie, die bij de symbolisten nieuwe vormen had aangenomen. Zij maakten de reidans haast tot een cliché, gebruikten zijn plastische mogelijkheden zo dat ze pasten bij de voorkeuren van het fin de siècle.

Het motief vond zijn meest natuurlijke uitdrukking in de gesloten vorm, zo gekoesterd door aanhangers van de art nouveau. Hieruit kunnen immers moeiteloos de soepele, gebogen lijnen worden afgeleid zonder welke de art nouveau ondenkbaar is. Niet toevallig gaven de grote kunstenaars van deze stijl in hun ontwerpen met dansscènes de voorkeur aan vrouwelijke figuren boven mannelijke.

Bij de oude meesters, evenals bij de hele en halve salonkunstenaars van rond 1900, herkent men in de musicerende en dansende figuren gewoonlijk hun geïdealiseerde tijdgenoten. Het past echter niet om in de helden van De dans en De muziek mensen uit Matisses tijd te zien, of te denken dat hij zijn visie op zijn tijd in hen heeft uitgedrukt. Ze zijn bevrijd van niet alleen hun kleding, maar ook alle tijdskenmerken, afgezien van een antieke fluit en een later toegevoegde viool. Ze zijn zich niet bewust van hun naaktheid, ze gedragen zich als helden uit een mythologische overlevering, niet uit een historisch tijdperk.

Primitieve dansen zijn een uiting van magie, een oeroude daad van creativiteit, een belichaming van de triomf van het leven over de dood. Onderzoekers van symboliek in de oudste culturen hebben geconcludeerd dat dansen waarbij mensen elkaars handen vasthouden, het verbond tussen aarde en hemel verbeelden. Dankzij de kunst (of het nu dans is of muziek) wordt de mens deelgenoot van dit verbond. De aarde en de hemel zijn bij Matisse niet alleen achtergrond. Ze zijn veeleer hoofdrolspelers in de handeling. Daarom ook zijn hun kleuren dikker aangezet, en vereenvoudigd. Dat het hele ensemble in dezelfde tinten is geschilderd, komt niet alleen door de wens van de kunstenaar om decoratieve eenheid te bereiken. In het overeenkomende kleurgebruik van de schilderijen schuilt het thema van aarde en hemel bezien vanuit de kosmogonie, de leer van het ontstaan van het heelal. In beide werken vindt de handeling op een heuvel plaats. Heuvels en bergen symboliseerden traditioneel eveneens het verbond van hemel en aarde, en daarmee ook de opneming in het rijk der geesten. Hierdoor beantwoordt de tonaliteit van de panelen van Sjtsjoekin aan hun brede symbolische betekenis.

Het thema van de kosmos wordt geïnterpreteerd via het thema van de mens. Afzonderlijk bezien geven De dans en De muziek het idee van de kunstenaar niet volledig weer. Samen, in grote dialectische oppositie, zeggen zij oneindig veel meer. In sommige filosofische denkwijzen van rond de eeuwwisseling vertegenwoordigt de vrouw de eenheid en staat de man voor verdeeldheid en individualisme. De twee geslachten zijn elkaars tegenpolen, maar zoeken tegelijk toenadering tot elkaar. Uiteindelijk zijn De muziek met zijn statische karakter en de dynamische Dans volkomen aan elkaar gewaagd.

De komst van De dans van Henri Matisse is mogelijk gemaakt door: Turing Foundation
De dans is naar Nederland gebracht door: Royal Dutch Airlines

ANBI

De Hermitage Amsterdam is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Wij hoeven geen belasting te betalen over giften. Uw bedrag staat dus volledig tot onze beschikking. En giften aan een ANBI zijn vaak aftrekbaar voor de schenker.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 25 december 2014 en 27 april 2015

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900 HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.