St.-Petersburg in beeld

Achtergrond

De tentoonstelling “St.-Petersburg in beeld” met ruim 100 foto’s uit de Hermitage collectie geeft een unieke kans het leven in St.-Petersburg te zien uit de negentiende en begin twintigste eeuw, toen de stad nog de hoofdstad en het bruisend middelpunt was van het Russische Rijk. Bezoekers van St.-Petersburg zullen ontdekken dat het centrum van de stad en de Hermitage ondanks revolutie en oorlog heel goed bewaard is gebleven, zoals te zien is op de historische foto’s van deze negende tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam, een feest der herkenning.

Rusland was midden negentiende eeuw een van de eerste landen die de nieuwe uitvinding van de fotografie oppikte. In korte tijd groeide het aantal beoefenaars, zowel beroepsmatig als op amateurbasis. Toen de techniek steeds eenvoudiger en toegankelijker werd, begon men haar potentieel volledig te benutten. Foto’s werden onderdeel van het dagelijks leven in grote delen van de bevolking. Eind negentiende eeuw was een familie die niet tenminste één gekoesterd familieportret had, al een zeldzaamheid.

Van 1860 tot 1890 werd de portretfotografie gedomineerd door Sergej Levitski en Carlo Bergamasco. Zij behoorden ook tot de eersten die de status van ‘Hoffotograaf’ kregen. Ze gebruikten altijd de laatste technische snufjes, maar hun werken zagen er toch wat eenvormig uit. Dat kwam doordat ze steeds nagenoeg dezelfde methoden en instrumenten gebruikten. En dat kwam weer door de wensen van hun klanten, die in de regel ofwel een weelderig interieur ofwel een schilderachtig landschap als achtergrond wilden. Levitski en Bergamasco werden zeer bewonderd in het negentiende-eeuwse St.-Petersburg, zozeer dat ze een enorme invloed hadden op de vele andere fotostudio’s in de stad. Vaak zijn foto’s van verschillende meesters uit deze tijd alleen maar van elkaar te onderscheiden door de merken en logo’s op de lijsten.

In 1883 maakte Bergamasco foto’s op het meest schitterende bal van die tijd in St.-Petersburg, met de gasten gekleed in ‘historische’ kostuums. In 1903, het jaar van het 200-jarige jubileum van de stad, werd dit bal herhaald in het Winterpaleis. Op persoonlijk verzoek van de tsarina legden de beste fotografen van de stad de gasten in hun kostuums vast. Een populaire en extreem dure studio was in die tijd die van Jelena Mrozovskaja (een van de zeer weinige vrouwelijke fotografen). Sommige gasten lieten zich portretteren, bijvoorbeeld prinses Orlova-Davydova, wiens vergrote getinte portret van de hand van Mrozovskaja opvallend verschilt van de andere.

Maar niet iedereen richtte zich op societyportretten. Sommigen zochten een bredere toepassing van de fotografie, onder wie William Carrick. Die maakte niet alleen grootse stadsgezichten, zoals van het Stroganov Paleis, maar was ook een van de eersten (tussen 1860 en 1880) die zogenaamde ‘genretafereeltjes’, afbeeldingen uit het dagelijks leven ging fotograferen. Een groot deel van zijn talrijke opnames van zelfkantfiguren, vaak geposeerd in de studio, werd in de jaren zeventig gepubliceerd in een grote serie onder de titel Petersburgse types en scènes. Zijn beelden van klerken, kooplieden, soldaten, straatventers en sjouwers, straatvegers, koetsiers en andere stadslui waren duidelijk geïnspireerd door de steeds meer in trek geraakte Russische genreschilderijen.

Stadsgezichten bestonden in de Petersburgse fotografie vanaf het eerste begin, al waren de zeldzame daguerreotypen niet heel geslaagd. Pas in de jaren vijftig van de negentiende eeuw kwam de stadsfotografie echt op gang. Tot de vroegste stadsgezichten behoorden die van Ivan Aleksandrovski. Hij legde in 1859 de plechtige onthulling van het monument voor Nicolaas I op het Isaaksplein vast. In 1852 opende Giovanni (Ivan) Bianchi een studio waar hij niet alleen de portretten maakte die hem een grote reputatie zouden bezorgen, maar ook de stadsgezichten die geleidelijk zijn werk gingen domineren. Hij was geboren in het Italiaanse deel van Zwitserland, als kind naar Moskou gekomen en had daar kunst gestudeerd voordat hij zich op de fotografie toelegde.

Uit de jaren zestig en zeventig van de negentiende eeuw komt een aanzienlijk aantal stadsgezichten van Albert Felisch. Zijn statische opnames van bruggen en kerken zijn opmerkelijk door de hoge kwaliteit van technische uitvoering. Karl Schulz, uit het huidige Estland, leerde het vak als lithograaf, maar ging de methoden die hij bij die kunst had geleerd toepassen in de fotografie. Zijn majestueuze panorama’s van de grootste pleinen van de stad – Paleisplein, Senaatsplein, Isaaksplein – vormen tezamen een unieke weerslag van hoe de stad er uitzag.

Een van de beroemdste namen was die van Alfred Lorenz, die in 1855 een studio had geopend op de Nevski Prospekt, waar hij fotogezichten van de stad en haar omgeving produceerde. Zijn gezicht van het Admiraliteitsplein tijdens het Paasfestival toont enkele van de paviljoens die werden opgericht, met glijbanen en stalletjes die kruidendranken en warme taarten verkochten. Het gewoonlijk lege plein was gevuld met een kleurrijke menigte, met mensen uit alle bevolkingsgroepen.

De beroemdste van de Petersburgse fotografen was echter hoffotograaf Karl Bulla. Hij werd bekend als the ‘godfather’ van de reportagefotografie. Van zijn werk heeft de Hermitage een voortreffelijke collectie waarvan een deel in Amsterdam te zien zal zijn. Het werk van Bulla is een combinatie van twee kenmerkende eigenschappen: gevoel voor reportage en artistieke visie. Hij werd aangetrokken door zowel de gebeurtenissen die de tijd bepaalden, als meer alledaags lijkende gebeurtenissen. Hij legde de monumenten van de stad vast en de hartslag van het stadsleven: straatfestivals, transport, dagelijkse beslommeringen. Het zou moeilijk zijn een werkelijk beeld van het leven in St.-Petersburg rond de vorige eeuwwisseling te geven zonder het werk van Karl Bulla, die ons als het ware hele katernen stadsgeschiedenis presenteert: de Nevski Prospekt met mensen die gehaast verschillende kanten uit lopen, paardentrams die langs denderen, kleurrijke plakzuilen en uithangborden voor winkels en ateliers, banken en restaurants. Op een van de beroemdste gebouwen op de avenue, de overdekte markt Gostiny Dvor (nu een warenhuis), staat een wat barokke grote koepel, die helemaal niet bij de rest van het gebouw past. Deze werd in de jaren tachtig van de negentiende eeuw toegevoegd voor de honderdste verjaardag van de Gostiny Dvor. Hij verdween weer bij een restauratie in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Bulla kon nieuwe typen foto’s maken, wat mogelijk werd gemaakt door meer geavanceerde camera’s waarmee hij een object kon fotograferen vanaf verschillende hoogten. Nu een foto schieten nog maar een fractie van een seconde duurde, kon de fotograaf streven naar een documentaire stijl, trouw aan het origineel, in een poging voorbijgaande impressies en close-ups met scherpe focus vast te leggen. Dit was de geboorte van de reportagefotografie.

Bulla en zijn tijdgenoten legden exact het aura van hun tijd vast. Hun foto’s onthullen bijvoorbeeld de elektrische ‘wintertrams’ die over de Neva reden als het ijs dik werd. Elektrische trams kwamen naar St.-Petersburg in de winter van 1895 maar konden lange tijd alleen over het ijs rijden, doordat tot 1907 de exclusieve rechten voor tramdiensten over land bij de Paardentram lag. Soms werden ook tragische voorvallen gefotografeerd, zoals de instorting van een brug in 1905. In 1909 gingen veel fotografen naar de onthulling van het kolossale ruiterstandbeeld van tsaar Alexander III op het Znamenskaja Plein. Dat staat tegenwoordig in de tuin van het Marmeren Paleis.

Vanaf midden negentiende eeuw hoorde fotografie in het Russische dagelijks leven, was het een verplicht nummer in de interieurdecoratie. In de met kunst gevulde huizen van de graven Stroganov en Sjeremetjev en van de staatsman Aleksandr Polovtsov werden de muren, bureaus en tafels bedekt met grote aantallen foto’s. Een van de beste interieurfotografen was Giovanni Bianchi, wiens camera bijvoorbeeld het interieur van het Stroganov Paleis op de Nevski Prospekt vastlegde.

Fotografen kregen ook toegang tot de keizerlijke residentie en het keizerlijke museum, de huidige Hermitage. Een anonieme fotograaf maakte daar eind negentiende eeuw een reeks elegante beelden voor een album met interieurs. Het album gemaakt in een beperkte oplage voor het hof bevat foto’s van de Zaal van Antieke Sculpturen, de Galerij van Oude Schilderkunst en de prachtige zalen voor Italiaanse en Spaanse Schilderkunst. Die foto’s laten zien hoe goed het museum nog steeds bewaard is gebleven.

Wel bekend is de naam van de fotograaf die een gedetailleerde serie beelden van de privé-vertrekken van het Winterpaleis maakte: Karl Kubesch. Na de troonsafstand van tsaar Nicolaas II in het kielzog van de Februarirevolutie van 1917, werden zijn vertrekken overgenomen door de Voorlopige Regering. Kubesch kreeg toen de gelegenheid foto’s te maken van de privé-vertrekken van Nicolaas II, voordat Lenin de macht greep. Dat was de inleiding voor een nieuwe tijd, waarin uiteindelijk het Winterpaleis werd omgevormd tot wat nu het Staatsmuseum de Hermitage is.

Openingstijden

Dagelijks 10–17 uur
Gesloten 26 april en 25 december 2014

© State Hermitage Museum, St Petersburg

De Hermitage Amsterdam is gevestigd op de Amstel 51.

Contact

Voor informatie over de tentoonstellingen, de programmering, de online ticketshop, het gebouw en reserveringen van rolstoelen, groepsbezoeken en CKV-programma’s:
+31 (0)20 530 87 55

Voor alle overige vragen en voor het kantoor: +31 (0)20 530 87 55

Voor reserveringen van rondleidingen en zalen:
0900 HERMITAGE (0900-437648243) lokaal tarief

Voor het reserveren van audiotours (mogelijk vanaf 15 audiotours) kunt u contact opnemen met reservations@guideid.com

Sitemap

x

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en wij zullen u op de hoogte blijven houden. Niet alleen van de tentoonstellingen, maar van alle andere activiteiten in de Hermitage Amsterdam. Waaronder de culturele avonden op woensdag, zaterdagmiddag lezingen in het auditorium en de zondagochtend concerten.